De T van Trauma

ABC van de buitenlandjournalistiek

In onze 26-delige rubriek over het correspondentenbestaan aandacht voor…

“De T van…. Trauma“

Deze aflevering is een bijdrage van Balkan-correspondent Marjolein Koster. Zij werkt onder andere voor de BNR Nieuwsradio, NTR en het Nederlands Dagblad en maakte oa de podcast De Val van Srebrenica.

Een paar vrienden uit Nederland zijn op bezoek in Sarajevo. Ik heb mijn Bosnische vriendin Aida gevraagd aan te schuiven voor een drankje in mijn favoriete cocktailbar. Ze is nog maar net gaan zitten, heeft nog niet eens haar gin tonic besteld, als een van mijn vrienden het vragenvuur opent.

“Woonde je hier ook al tijdens de oorlog? Heb je toen heftige dingen meegemaakt? En heb je ook familie verloren?” Aida reageert verbouwereerd. Ze stamelt een vaag antwoord en zegt dat ze eerst even wil bestellen. Ik verander het onderwerp van het gesprek en vraag wat haar plannen zijn dit weekend.

Vertrouwen

Oké, het is duidelijk dat deze vriend niet de meest tactische van het stel is. Maar vergis je niet, want als ik de ervaringen van geïnterviewden mag geloven, kunnen journalisten net zo bot uit de hoek komen. Afhankelijk van het land of gebied waar jij je als correspondent gaat vestigen, kan je in meer of mindere mate te maken krijgen met mensen die met trauma’s rondlopen. In mijn geval, als freelance correspondent op de Westelijke Balkan, heeft vrijwel iedereen ouder dan 25 jaar een oorlog meegemaakt. Ik sprak onder andere met overlevenden van een genocide en kinderen van oorlogsverkrachters.

Soms lijkt het alsof mensen makkelijk over deze oorlog praten, ze leven immers al jarenlang met de gevolgen ervan, maar je moet er nooit vanuit gaan dat zo zomaar hun diepste leed met je delen. En dat ze hun verhaal al een keer in de media verteld hebben, betekent niet dat ze het met gemak nog een keer doen.

Een van de belangrijkste dingen is daarom om een sfeer van vertrouwen en respect te creëren. Die krijg je door goed voorbereid te zijn, oprechte interesse te tonen, de tijd te nemen en vooral niet met de deur in huis te vallen. En ja, eigenlijk zijn dit een soort basisregels voor een journalistiek interview, maar bij verhalen waar heftige emoties bij komen kijken, is dit nog nét even iets belangrijker.

Soms lijkt het alsof mensen makkelijk over deze oorlog praten, maar je moet er nooit vanuit gaan dat zo zomaar hun diepste leed met je delen.

Er zijn grenzen

Een persoon ís niet zijn of haar trauma, maar is meer dan dat. Je hoeft heus niet direct beste vrienden te worden. Om dat vertrouwen te krijgen en om de spanning er wat af te halen, kan het helpen om elkaar eerst vrijblijvend te leren kennen. Zeker wanneer je een groter verhaal over iemand wil maken. Je zal merken dat dit ook echt het verhaal ten goede komt. Zie het als een investering, niet als zonde van je tijd.

Een persoon ís niet zijn of haar trauma.

Degene die geïnterviewd wordt, bepaalt wat jij wel en niet te zien en te horen krijgt. Journalisten zijn natuurlijk dol op details, die kleuren een verhaal, maar mensen met een traumatische ervaring hiernaar te vragen, kan averechts werken. Ja, natuurlijk wil je het weten, maar in dit geval moet je de regie soms even uit handen geven. Geef ruimte aan het verhaal, misschien komt het dan vanzelf. Je kan natuurlijk wel vragen óf diegene er meer over wil vertellen, maar respecteer het als dat niet zo is. Vaak kun je gruwelijke details ook uit andere bronnen halen en kun je in het interview naar andere dingen zoeken om kleur aan het verhaal te geven.

En misschien overbodig, maar echt, zorg dat je de techniek op orde hebt. Er is niets vervelender dan je batterij moeten wisselen juist op dat moment dat.. tja, je begrijpt het.


Wil je meer weten over hoe je moet omgaan met slachtoffers van traumatische gebeurtenissen? Het DART Center For Journalism & Trauma heeft uitstekende informatie en resources.