‘Maarrrr… heeft The New York Times het al?’

Een extra editie van Standplaats Verweggistan

Onze nieuwsbrief van afgelopen woensdag - met een beschouwing over de ‘overdaad’ aan Amerikaans nieuws en het duo-interview met Afrika-correspondenten Saskia Houttuin en Joost Bastmeijer - was zo groot dat ie volgens Substack niet meer door de digitale brievenbus paste.

Er was dus geen plek meer voor onze rubriek ‘ABC van de Buitenlandjournalistiek‘. Niet getreurd, de nieuwste aflevering in deze reeks krijgen alle abonnees van de Standplaats Verweggistan nieuwsbrief vandaag als extraatje in de mailbox.

Share Standplaats Verweggistan


ABC van de buitenlandjournalistiek

Deze keer aandacht voor…

De ‘M‘ van: ‘Maarrrr… heeft The New York Times het al?’

De Britse Clare Hollingworth was pas drie dagen correspondent in Polen voor The Daily Telegraph, toen ze haar allereerste scoop scoorde. Met een geleende diplomatieke auto van een bevriende Britse diplomaat reed ze eind augustus 1939 de grens over naar Duitsland. Ze deed in de grensdorpjes boodschappen, lunchte wat en kletste met de lokale bevolking. Toen de 27-jarige Britse terugreed richting Polen, stuitte ze op grote schermen langs de weg die haar zicht op een vallei blokkeerden.

Een stevige rukwind maakte zichtbaar wat onzichtbaar had moeten blijven: negen tankdivisies (van ieder honderd tanks) die klaarstonden Polen binnen te trekken (Hollingworth telde er abusievelijk 10). Een scoop voor de jonge Britse journalist. En niet zomaar een: het is de ‘scoop van de eeuw’.

Op 29 augustus 1939 bevestigt Hollingworth op de voorpagina van The Daily Telegraph dat de Tweede Wereldoorlog op het punt van uitbreken staat. Niet slecht voor een correspondent die ook maar net drie dagen journalist is.

Als de oorlog een paar dagen daadwerkelijk uitbreekt, gelooft haar chef in Warschau haar niet. Ondanks die scoop van de eeuw. “Maar ik lees het nog nergens anders”, zegt hij haar door de telefoon, “weet je het zeker?” Om hem te overtuigen houdt Hollingworth de telefoonhoorn uit het raam van haar hotelkamer in het Poolse Katowice. Hopend dat de regen aan Duitse bommen en de explosies in de stad haar sceptische chef ervan te overtuigen dat de oorlog toch echt begonnen is.

De sceptische redactie is van alle tijden

Hollingworth is een van de grootste namen in de buitenlandjournalistiek. Ze hoort in het rijtje Martha Gellhorn, Robert Capa en Marie Colvin. Maar de ‘doyenne’ van de oorlogsverslaggevers was niet immuun voor de problemen die (freelance) correspondenten tot op de dag van vandaag ondervinden bij hun werk. Ondanks haar scoop in augustus 1939 (en vele daarna), had Hollingworth ook gewoon moeite om haar verhalen te slijten.

Als correspondent zit je (soms letterlijk en altijd figuurlijk) op een eilandje, ver verwijderd van de Nederlandse redacties. Redacteuren lezen dezelfde grote kranten die jij leest - The New York Times, de Süddeutsche Zeitung, The Sydney Morning Herald of de South China Morning Post etc - maar meer dan dat zien ze niet. Dus als je aan komt zetten met een scoop, een die buiten het beperkte blikveld van een Amsterdamse redactie valt, is er een beetje scepsis. Is het wel een echt verhaal als die grote kranten of de nieuwskanalen het nog niet gebracht hebben?

‘Leuk verhaal. Maarrrr… heeft The New York Times het al?’

De opdrachtgever is natuurlijk ook een poortwachter. Als correspondent kan je wellicht van alles uit je duim zuigen. Maar het zegt eigenlijk meer over de Nederlandse journalistiek: die is op veel plekken in de wereld vooral volgend en reactionair.

De correspondent is soms leidend, maar eerder reactionair

Zo heeft een land als Amerika een gigantisch media-ecosysteem, daar kan je bijna alles wat een correspondent zou moeten melden, vinden bij lokale en landelijke mediaorganisaties. Daar volg je het nieuws. Als ‘onze-persoon-in’ reageer je op het laatste politieke schandaal in Washington, je volgt het een tijdje, geeft er een frisse draai aan of je probeert die altijd handige (of vervloekte) ‘Nederlandse link’ aan te geven.

Het helpt je pitch als The New York Times (of CNN, of The Wall Street Journal) al eens een berichtje heeft gemaakt, of het fenomeen noemt, waar jij over wilt berichten. Wat de boer niet kent, vreet ie niet. Dus als een grote nieuwsorganisatie het heeft, wil de redactie in Amsterdam het meestal ook. Een probleem voor de nieuwsconsument is dan dat die op deze manier een extreem plat beeld van het land krijgt, ook al kunnen redacties zich er dan wel van verzekeren dat ze in ieder geval niet iets missen.

In andere landen, zoals Clare Hollingworth later in 1939 merkte, kan juist de ‘mentale afstand’ tot een land bepalen dat redacties sceptisch zijn over ‘scoops’. Zo wilde haar chef niks geloven van haar ‘sensationele’ oorlogsverhalen vanuit hoofdstad Boekarest (na de bezetting van Polen verkaste ze oostwaarts).

Als correspondent in Roemenië zit je nog meer op een eilandje dan in de VS. Redacteuren spreken immers vaker Engels dan Roemeens. Het land ligt daardoor structureel al in het zogenaamd ‘minder belangrijke’ oosten van Europa. Dan is het voor de redactie fijn als Engelstalige media als de BBC of The Guardian het nieuws kunnen bevestigen.

Wat kunnen we leren van Hollingworth?

Een tip voor de pitchende freelance correspondent is dus om je verhalen soms een linkje naar een grote buitenlandse mediaorganisatie mee te geven. Het kan helpen bij het winnen van het vertrouwen van een chef. Maar het is belangrijk om te benadrukken dat je achter de verhalen staat die jij wilt vertellen. Verzand niet in clichés of stereotypes alleen maar omdat die pitches verkopen. Uiteindelijk weet jij als correspondent het beste wat een verhaal is in jouw standplaats.

Hoe Hollingworth het probleem van de sceptische redacteur oploste? Heel creatief. Door samen te werken met de correspondent van de Associated Press. Als AP de scoop al had, dan deed haar chef in Londen niet meer moeilijk over het ‘ongeloofwaardige‘ nieuws dat zij hem aanleverde. Uit de biografie ‘Of Fortunes and War‘:

Since the same facts arrived from ‘conservative and reliable‘ Associated Press, her editor in London would dismiss any denials as ‘sour grapes‘ from the other papers.

Dus: werk - als het nodig - is samen met de Belgische, Britse, Amerikaanse of Duitse correspondent in jouw standplaats. Zo kan je bij je pitch al wijzen naar kwaliteitsmedia die hetzelfde (gaan) brengen. Bovendien is zo’n samenwerking ook best handig om moeilijk te regelen interviews mogelijk te maken. Een politicus zegt snel ‘nee’ tegen de journalist uit het kleine Nederland, maar niet tegen vier journalisten uit Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. (HK)

In deze 26-delige reeks ‘ABC van de buitenlandjournalistiek‘ lees je op een luchtige manier wat je moet weten om je ambities waar te maken als correspondent (of buitenlandjournalist). Een handleiding van, een verzameling herkenbare anekdotes over, en een lofzang op het mooiste beroep ter wereld. Waar dan ook ter wereld.


Openhartig over het correspondentschap

CNN correspondent Clarissa Ward schrijft in haar recent verschenen boek ‘On All Fronts: An Education of A Journalist’ over de spanning van het werken in landen als Afghanistan, Syrië en Rusland. Over de opwinding van het altijd onderweg zijn en de wereld zien.

Maar in haar boek is Ward ook openhartig over de impact die de almaar groeiende lijst aan dode collega’s, vrienden, fixers en burgers heeft op haar geweten. Over de seksuele intimidatie en discriminatie die ze op de werkvloer en in het veld meemaakt. Ze beschrijft hoe hopeloos ze zich soms voelt, omdat ze slachtoffers van oorlog, hongersnood of corruptie niet direct kan helpen.

"The reality is we are not there to solve the problem, we are there to illuminate it."

Ward beschrijft ook hoe ze na bijna twintig jaar in het vak, “zenuwslopende reis na zenuwslopende reis”, steeds vaker worstelt met de angst op een “burn-out”.

Eind oktober sprak The Frontline Club met Ward over haar boek en haar ervaringen in het vak. Zeer de moeite waard voor wie een uurtje over heeft:



De Standplaats Verweggistan nieuwsbrief is een uitgave van De Buitenlandredactie en wordt geschreven door Hans Klis (HK) en Laura Postma (LP).

Volg ons op Twitter.


Vragen of commentaar? Reageer op deze post of mail ons op: redactie@debuitenlandredactie.nl