Wat is de functie van taal in het werk van de correspondent?

Welke woorden kies je als correspondent om het juiste beeld te schetsen van je land? Een analyse.

Hallo allemaal,

In deze editie van Standplaats Verweggistan gaan we het hebben over taal en het correspondentschap.

Taal is een belangrijk onderdeel van framing in de journalistiek, en daar hebben ook correspondenten mee te maken. Egypte-correspondent Joost Scheffers legt uit dat hij bijvoorbeeld voorzichtig is met de woorden ‘terrorist’ en ‘conservatieve Islam’.

En we hebben een nieuwe aflevering van de podcast over de buitenlandjournalistiek ‘Blinde Vlekken’. Deze keer: de wereldoorlog in Congo.

In de ABC van de buitenlandjournalistiek vertelt gastauteur en Balkan-correspondent Marjolein Koster hoe om te gaan met trauma’s in verslaggeving.

Veel leesplezier, abonneer je en laat een reactie achter!


Taal is zeg maar echt een ding, ook voor de correspondent

Terrorist, vrijheidsstrijder of jihadist?

Demonstrant, relschopper, of witte extremist? 

Italiaanse toestanden? 

Oost-Europa, Centraal-Europa of  het (voormalige) Oostblok? 

Taal is een belangrijk onderdeel van framing. Nu leren studenten journalistiek dat al over hun vak in het algemeen en ook wij, ervaren journalisten, zijn ons daar wel bewust van, maar het is goed om te onderstrepen hoe belangrijk, en dus ook hoe ‘tricky’ taalgebruik in het kader van framing is voor correspondenten in het buitenland.

Eerder schreven we in deze nieuwsbrief over hoe makkelijk en verleidelijk het is om in verslaggeving vanuit het buitenland te vervallen in clichés en stereotypes over andere landen. En taal is daar onlosmakelijk mee verbonden. Hoe we iets omschrijven, of dat een land, een volk of een specifieke gebeurtenis in dat land is, heeft invloed op hoe de lezer of kijker dat vervolgens zal interpreteren. Maar ook andersom. Als de lezer of kijker een bepaalde vooringenomenheid heeft, is de correspondent misschien wel eerder geneigd om dat beeld bevestigen. En het is verdomd lastig om die wisselwerking te doorbreken. 

Het Zijn Net Mensen

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld komt uit het spraakmakende boek “Het Zijn Net Mensen” van Joris Luyendijk. De uitdagingen die Luyendijk omschrijft over zijn correspondentschap in het Midden-Oosten en specifiek in Israël laten zien hoe moeilijk en soms onmogelijk het is om echt een neutraal beeld van iets of iemand te schetsen. Een citaat uit het boek:

“In Arabische dictaturen kregen we voor alles één woord aangereikt, en dat had de boel overzichtelijk gehouden. Egypte heet voor iedereen gewoon Egypte. Maar ‘Israël’ werd ook ‘zionistische entiteit’ en ‘bezet Palestina’ genoemd. Waren het de ‘bezette’ of ‘betwiste’ gebieden, of toch de Westelijke Jordaanoever of Judea en Samaria of de Palestijnse gebieden? Lagen daar joodse dorpen, joodse nederzettingen of illegale joodse nederzettingen? Moest ik het hebben over joden, zionisten is Israëliërs?”

Nu denk je misschien dat Israël wel een heel specifiek voorbeeld is met een ingewikkelde historie en een actuele situatie die lastig uit te leggen is, maar het voorbeeld van Luyendijk moet eigenlijk door alle correspondenten serieus genomen worden.

Joost Scheffers is correspondent in Egypte voor onder andere de dagbladen Trouw en het Nederlands Dagblad en de NOS. Hij geeft aan dat hij het niet eens is met alles wat Luyendijk in zijn boek benoemt over het correspondentschap (maar dat is een andere discussie), maar het aspect van taal is ook in het werk van Scheffers zeker belangrijk. Neem nou het woord ‘terrorisme’, legt hij uit. Europeanen associëren een terrorist waarschijnlijk al snel met iemand met een islamitische achtergrond die aanslagen pleegt op willekeurige burgers in grote steden zoals Parijs en Wenen. “Maar met het gebruik van het woord terrorist moet je in Egypte opletten, want hier heeft het ook een politieke lading. Zo was de Moslimbroederschap hier ooit een ‘gewone’ politieke partij en was Mohamed Morsi van de Moslimbroederschap democratisch gekozen tot president. Maar na een jaar presidentschap werd Morsi met een militaire coupe afgezet door de huidige president al-Sisi. Die verbood de partij en alles en iedereen gelieerd aan deze partij kreeg het stempel ‘terrorist’ opgeplakt door de nieuwe regering”, aldus Scheffers. Meegaan in die retoriek van de regering, zou dus kunnen betekenen dat je propaganda overneemt. Een zorgvuldige afweging moet hier gemaakt worden wanneer je het hebt over terroristen.

Scheffers vertelt daarnaast dat ook het gebruik van het woord ‘conservatief’ voor discussie kan zorgen. Schrijf je over onderwerpen omtrent islam, dan wordt daar al snel het label conservatief aan gegeven. Hij noemt een voorbeeld van een collega die het religieuze instituut Al-Azhar in Caïro omschreef als conservatief. Scheffers: “In onze Westerse ogen met onze definitie van 'progressief' is deze religieuze stroming waarschijnlijk inderdaad conservatief. Maar kijk je naar de islam in bredere zin, hoe ‘de’ islam en haar bronnen elders in de islamitische wereld worden geïnterpreteerd, dan is Al-Azhar helemaal niet zo conservatief. Bij het gebruik van dergelijke terminologie is het vooral belangrijk dat je uitlegt wat je ermee bedoelt.” 

Mag je Oost-Europa zeggen?

En daar ligt het punt: met welke bril kijk je als correspondent naar iets? Als je denkt vanuit de doelgroep, namelijk de lezer, kijker of luisteraar in Nederland, dan zul je wellicht andere woorden kiezen dan wanneer je denkt vanuit het land of de regio waar je zit. Je moet een Tsjech niet vertellen dat hij in Oost-Europa woont, want dan is de kans groot dat hij diep beledigd zal zijn. Oost-Europa is toch meer Rusland, Tsjechië ligt in Centraal-Europa. Een Nederlander zal Tsjechië echter sneller met Oost-Europa associëren. Mag je het dan toch gebruiken? 

Meegaan in die retoriek van de regering, zou dus kunnen betekenen dat je propaganda overneemt. Een zorgvuldige afweging moet hier gemaakt worden wanneer je het hebt over terroristen.

Het is natuurlijk aan de correspondent om hier de keuzes te maken. En eerlijk is eerlijk, soms kun je het gewoon niet goed doen. Luyendijk schrijft dat over de heikele situatie in Israël en de heftige reacties die op zijn berichtgeving kwamen, ook vanuit Nederland. Van wie dan ook. Neutraal zijn was praktisch onmogelijk. Het gaat er dus ook niet om dat je altijd krampachtig neutraal moet willen zijn in je taalkeuze. Maar bewustwording is wel belangrijk. De manier waarop we iets omschrijven heeft zou eenmaal invloed. Daar mag best (wat meer) over nagedacht worden. (LP)

Share


De wereldoorlog in Congo

In de nieuwste aflevering van de Blinde Vlekken podcast spreekt host Yoram Kremers met correspondent Koert Lindeijer. Over de wereldoorlog in de Democratische Republiek Congo die rond de eeuwwisseling onder onze neus voltrok, maar grotendeels genegeerd werd. Lindeijer besteedt veel tijd aan de impact van het conflict op de samenleving. Hoe de grootschalige moord en inzet van verkrachting als oorlogswapen families, gemeenschappen voor altijd verminkte en uit elkaar scheurde.

Het gesprek met Lindeijer deed me denken aan het recent verschenen boek ‘Our Bodies Their Battlefield’. Hierin reist Britse correspondent Christina Lamb de wereld af naar conflictgebieden - nieuw en oud - om daar de onzichtbare tol die vrouwen in oorlogen moeten betalen voor eens en voor altijd zichtbaar te maken.

Abonneer je op Blinde Vlekken op Spotify of op de andere plekken waar je podcasts beluistert.


ABC van de buitenlandjournalistiek

In onze 26-delige rubriek over het correspondentenbestaan aandacht voor…

“De T van…. Trauma“

Deze aflevering is een bijdrage van Balkan-correspondent Marjolein Koster. Zij werkt onder andere voor de BNR Nieuwsradio, NTR en het Nederlands Dagblad en maakte o.a de podcast De Val van Srebrenica.

Een paar vrienden uit Nederland zijn op bezoek in Sarajevo. Ik heb mijn Bosnische vriendin Aida gevraagd aan te schuiven voor een drankje in mijn favoriete cocktailbar. Ze is nog maar net gaan zitten, heeft nog niet eens haar gin tonic besteld, als een van mijn vrienden het vragenvuur opent.

“Woonde je hier ook al tijdens de oorlog? Heb je toen heftige dingen meegemaakt? En heb je ook familie verloren?” Aida reageert verbouwereerd. Ze stamelt een vaag antwoord en zegt dat ze eerst even wil bestellen. Ik verander het onderwerp van het gesprek en vraag wat haar plannen zijn dit weekend.

Vertrouwen

Oké, het is duidelijk dat deze vriend niet de meest tactische van het stel is. Maar vergis je niet, want als ik de ervaringen van geïnterviewden mag geloven, kunnen journalisten net zo bot uit de hoek komen. Afhankelijk van het land of gebied waar jij je als correspondent gaat vestigen, kan je in meer of mindere mate te maken krijgen met mensen die met trauma’s rondlopen. In mijn geval, als freelance correspondent op de Westelijke Balkan, heeft vrijwel iedereen ouder dan 25 jaar een oorlog meegemaakt. Ik sprak onder andere met overlevenden van een genocide en kinderen van oorlogsverkrachters.

Soms lijkt het alsof mensen makkelijk over deze oorlog praten, ze leven immers al jarenlang met de gevolgen ervan, maar je moet er nooit vanuit gaan dat zo zomaar hun diepste leed met je delen. En dat ze hun verhaal al een keer in de media verteld hebben, betekent niet dat ze het met gemak nog een keer doen.

Een van de belangrijkste dingen is daarom om een sfeer van vertrouwen en respect te creëren. Die krijg je door goed voorbereid te zijn, oprechte interesse te tonen, de tijd te nemen en vooral niet met de deur in huis te vallen. En ja, eigenlijk zijn dit een soort basisregels voor een journalistiek interview, maar bij verhalen waar heftige emoties bij komen kijken, is dit nog nét even iets belangrijker.

Soms lijkt het alsof mensen makkelijk over deze oorlog praten, maar je moet er nooit vanuit gaan dat zo zomaar hun diepste leed met je delen.

Er zijn grenzen

Een persoon ís niet zijn of haar trauma, maar is meer dan dat. Je hoeft heus niet direct beste vrienden te worden. Om dat vertrouwen te krijgen en om de spanning er wat af te halen, kan het helpen om elkaar eerst vrijblijvend te leren kennen. Zeker wanneer je een groter verhaal over iemand wil maken. Je zal merken dat dit ook echt het verhaal ten goede komt. Zie het als een investering, niet als zonde van je tijd.

Een persoon ís niet zijn of haar trauma.

Degene die geïnterviewd wordt, bepaalt wat jij wel en niet te zien en te horen krijgt. Journalisten zijn natuurlijk dol op details, die kleuren een verhaal, maar mensen met een traumatische ervaring hiernaar te vragen, kan averechts werken. Ja, natuurlijk wil je het weten, maar in dit geval moet je de regie soms even uit handen geven. Geef ruimte aan het verhaal, misschien komt het dan vanzelf. Je kan natuurlijk wel vragen óf diegene er meer over wil vertellen, maar respecteer het als dat niet zo is. Vaak kun je gruwelijke details ook uit andere bronnen halen en kun je in het interview naar andere dingen zoeken om kleur aan het verhaal te geven.

En misschien overbodig, maar echt, zorg dat je de techniek op orde hebt. Er is niets vervelender dan je batterij moeten wisselen juist op dat moment dat.. tja, je begrijpt het.

Wil je meer weten over hoe je moet omgaan met slachtoffers van traumatische gebeurtenissen? Het DART Center For Journalism & Trauma heeft uitstekende informatie en resources.

Share


De Standplaats Verweggistan nieuwsbrief is een uitgave van De Buitenlandredactie en wordt geschreven door Hans Klis (HK) en Laura Postma (LP).

Volg ons op Twitter.

Give a gift subscription


Vragen of commentaar? Reageer op deze post of mail ons op: redactie@debuitenlandredactie.nl

Leave a comment